Laten we onszelf niets wijsmaken – in dit land, net als bijna overal ter wereld, werd er gestolen, wordt er gestolen en zal er gestolen worden. Al lang geleden zijn hier gezegden ingeburgerd geraakt als “wie de staat niet bestelt, bestelt zijn gezin”, of “werk hard en bestel langzaam”. Of “wees niet bang en bestel niet”, wat de volkscreativiteit heeft aangepast tot “wees niet bang om te bestelen”.
Als iemand de kans heeft, verrijkt hij zichzelf ook op een of andere oneerlijke manier. Het liefst ten koste van de staat, want “dat doet niemand pijn”. En die verrijking bestond uit, bestaat zeker nog steeds uit en zal blijven bestaan uit allerlei vormen van belastingontduiking, dat wil zeggen hetgeen verplicht aan de staat moet worden afgedragen.
Om papa staat niet (zo) veel te laten huilen, is er uiteindelijk iets bedacht. Namelijk de elektronische omzetregistratie
.
Ondernemers zouden simpelweg inkomsten ter waarde van naar verluidt wel 170 miljard kronen niet hebben aangegeven en de elektronische omzetregistratie moest ervoor zorgen dat ze dit niet meer doen, of daar in ieder geval alles aan doen.
Dankzij de EET
beschikt de Belastingdienst nu over adequate instrumenten om informatie te verkrijgen over de vraag of belastingplichtigen alles aangeven zoals het hoort. De gegevens over de ontvangen betaling worden namelijk onmiddellijk naar de centrale opslagplaats van de belastingdienst gestuurd en deze stuurt op haar beurt een bevestiging met een unieke code naar de ondernemers, die vervolgens op de kassabon moet staan die de klanten ontvangen.
EET is er dus al. De elektronische omzetregistratie is geleidelijk ingevoerd, in vier fasen.
1) In de eerste fase moesten vanaf 1 december 2016 alle hoteliers en restauranthouders, in totaal ongeveer 42.000, EET invoeren. In ongeveer twee maanden tijd voerde de belastingdienst bij hen meer dan drieduizend controles uit, waarbij meer dan driehonderd overtredingen werden geconstateerd, waarop passende sancties volgden. Dankzij deze maatregel stegen de geregistreerde omzetten met wel honderd procent en kon het ministerie van Financiën tevreden zijn.
2) In de tweede fase, vanaf 1 maart 2017, moesten andere ondernemers zich aansluiten, namelijk iedereen die iets verkoopt, en dat zijn er ongeveer een kwart miljoen.
3) De derde fase begon in maart 2018 en betreft alle overige ondernemers.
4) En de laatste fase, die in juni 2018 van start ging, heeft nu ook betrekking op alle ambachtslieden.
Zo kwamen alle inkomstenbelastingplichtigen, ondernemers en zelfstandigen die betalingen in contanten, met een betaalkaart of via maaltijdcheques en cheques ontvangen, onder ministeriële controle te staan. Het ministerie weet dus bijna elke kroon die zij hebben ontvangen, en wee degenen die zouden proberen dit op de een of andere manier te omzeilen en te sjoemelen.
Want de staat is er voor iedereen en zelfstandigen en ondernemers mogen niet “wegsluizen” wat aan de staat toebehoort. Dat kunnen alleen politici met hun geweldige immuniteit.